Je puber zit in een negatieve spiraal. Weer een onvoldoende. Weer een moment waarop het niet lukt. Het zelfvertrouwen zakt naar een dieptepunt en het leren voelt als een onmogelijke opdracht. Je ziet je kind worstelen, opgeven, zich terugtrekken.
De 5 G’s: Gebeurtenis, Gedachten, Gevoel, Gedrag, Gevolg – het klinkt misschien een beetje theoretisch, maar geloof me, dit simpele model kan alles veranderen. Het helpt je puber (en jou) om te begrijpen waarom hij op een bepaalde manier reageert in situaties. Het geeft inzicht in hoe alles samenhangt. En het belangrijkste: het laat zien waar de verandering kan beginnen.
Aan de gebeurtenis kun je niets meer veranderen, de verandering begint bij de gedachten.
Wanneer de negatieve spiraal zich vastzet
Je puber komt thuis met een slecht cijfer. Of vergeet voor de zoveelste keer zijn huiswerk. Of krijgt weer een opmerking van de docent. Het voelt alsof niets lukt. En dan gebeurt er iets in dat hoofd.
“Ik ben gewoon dom.”
“Ik kan dit niet.”
“Het heeft toch geen zin om te leren.”
Die gedachten nemen de overhand. Ze worden sterker en sterker. Voordat je het weet, zit je puber ‘gevangen’ in een patroon waar hij niet meer uitkomt. Het zelfvertrouwen verdwijnt. De motivatie verdampt. En het leren? Dat lukt gewoon niet meer.
Wat je dan vaak ziet, is dat je puber opgeeft. Hij bereidt zich niet meer goed voor op toetsen. Hij doet het minimale of zelfs helemaal niets meer. Dan komt de volgende onvoldoende weer binnen en draait de spiraal door.
Jij staat erbij en je kijkt ernaar. Je wilt helpen, maar je weet niet hoe. Je ziet je slimme, lieve kind vastlopen en voelt je machteloos.
Waarom de 5 G’s: Gebeurtenis, Gedachten, Gevoel, Gedrag, Gevolg zo krachtig zijn
Hier komt het model van de 5 G’s om de hoek kijken. Het is een simpel maar ontzettend krachtig hulpmiddel om inzicht te krijgen in wat er écht gebeurt in dat hoofd van je puber.
Laten we het uitpluizen aan de hand van een voorbeeld dat ik vaak zie in mijn praktijk.
Gebeurtenis
Wat gebeurde er precies? Je puber krijgt een slecht cijfer voor een toets. Een 4 voor wiskunde. Dat is de gebeurtenis. Een feit. Iets wat gebeurd is en waar je niets meer aan kunt veranderen.
Gedachte
Dan komen de gedachten. “Ik ben dom. Ik kan dit niet. Ik zal het nooit snappen.” Deze gedachten schieten door het hoofd van je puber. Automatisch. Zonder dat hij er controle over heeft.
Maar hier zit de sleutel: zijn deze gedachten helpend in deze situatie? Nee. Ze zijn niet waar en ze helpen niet verder.
Wat zouden wél helpende gedachten zijn? “Deze toets ging niet goed, maar ik kan het de volgende keer anders aanpakken.” Of: “Ik heb niet goed genoeg geleerd, maar dat betekent niet dat ik dom ben.”
Gevoel
Door die negatieve gedachte voelt je puber zich verdrietig, onzeker en mislukt. Dat gevoel komt voort uit de gedachte, niet uit de gebeurtenis zelf. En dat is zo belangrijk om te begrijpen.
Als de gedachte anders was geweest, was het gevoel ook anders geweest.
Gedrag
Door hoe je puber zich voelt, gaat hij zich ook anders gedragen. Hij heeft geen zin meer om te leren. Hij vermijdt het huiswerk. Hij geeft op voordat hij begonnen is. Dat is zijn gedrag als reactie op het gevoel.
Gevolg
En dan komt het gevolg. Door niet goed te leren voor de volgende toets, krijgt hij weer een slecht cijfer. De cirkel is rond. De negatieve spiraal draait door en wordt alleen maar sterker.
Waarom het zo lastig is om uit deze spiraal te komen
Je denkt misschien: “Oké, dan moet mijn puber gewoon positiever denken.”
Maar zo simpel is het niet. Want die negatieve gedachten komen niet zomaar. Ze zijn er vaak al een tijdje. Ze zijn versterkt door eerdere ervaringen, door vergelijkingen met anderen, door teleurstellingen.
Negatieve gedachten komen vanzelf aanwaaien. Je hoeft er niets voor te doen. Ze zijn er gewoon. En hoe vaker je ze hebt, hoe meer je brein ze gaat geloven. Ze worden een waarheid in het hoofd van je puber.
Positieve gedachten daarentegen? Die komen niet zomaar. Daar moet je echt iets voor doen. En dat is precies waar veel pubers vastlopen. Ze weten niet hoe ze die negatieve gedachten kunnen ombuigen. Ze blijven hangen in dat patroon.
En dan komt daar nog eens bij dat het brein van een puber volop in ontwikkeling is. De prefrontale cortex, het deel dat helpt bij het nemen van beslissingen en het reguleren van emoties, is nog niet af. Daarom voelen emoties zo intens. Daarom lijken negatieve gedachten zo waar.
De kracht van bewustwording en verandering
Zodra je puber begrijpt hoe de 5 G’s werken, ontstaat er ruimte voor verandering.
Door de 5 G’s te begrijpen en te leren toepassen, komt je puber uit die negatieve spiraal. Hij gaat anders kijken naar gebeurtenissen. Hij leert zijn gedachten te herkennen en te bevragen.
“Is deze gedachte waar? Helpt deze gedachte mij verder? Wat zou een betere gedachte zijn?”
Van negatieve gedachten gaat je puber naar positieve gedachten. Hij gaat anders kijken naar gebeurtenissen in het leven. En dat verandert alles.
Want als de gedachte verandert, verandert het gevoel. Als het gevoel verandert, verandert het gedrag. En als het gedrag verandert, verandert het gevolg.
Ineens bereidt je puber zich wél goed voor op een toets. Hij haalt een voldoende. Hij ervaart succes. Het zelfvertrouwen groeit. Hij wordt zelfverzekerder. De resultaten worden beter. Hij haalt voldoendes zonder stress.
De spiraal draait om. Van negatief naar positief.
Hoe pas je de 5 G’s toe in het dagelijks leven?
Het begint met bewustwording. Help je puber om situaties te analyseren aan de hand van de 5 G’s.
- Wat was de gebeurtenis? Beschrijf het feitelijk, zonder oordeel.
- Welke gedachte had je? Schrijf op wat er door je hoofd schoot. Was deze gedachte helpend? Zo niet, wat zou dan wel een helpende gedachte zijn?
- Hoe voelde je je? Benoem het gevoel. Verdrietig? Boos? Onzeker? En waarom voelde je dit zo? Wat zou je willen voelen?
- Wat deed je? Welk gedrag volgde uit dat gevoel? Wat had je graag anders of beter willen doen?
- Wat was het gevolg? Wat gebeurde er daarna? Wat kan er anders of beter als je een andere gedachte had gehad?
Door dit steeds opnieuw te oefenen, leert je puber patronen te herkennen. Hij gaat begrijpen dat hij wél invloed heeft. Niet op de gebeurtenis, maar wel op hoe hij ermee omgaat.
En dat geeft kracht. Dat geeft controle. Dat geeft zelfvertrouwen.
De weg naar zelfvertrouwen en succes
Zelfvertrouwen is de fundering voor goede schoolresultaten. Zonder die fundering stort alles in. Met die fundering groeit je puber. Hij durft uitdagingen aan te gaan. Hij leert van fouten. Hij zet door.
De 5 G’s: Gebeurtenis, Gedachten, Gevoel, Gedrag, Gevolg zijn het gereedschap om die fundering te bouwen. Om inzicht te krijgen. Om de negatieve spiraal om te draaien naar een positieve spiraal.
Ik zie het zo vaak in mijn praktijk. Pubers die vastzitten, die opgeven, die hun zelfvertrouwen kwijt zijn. En dan gaan we samen aan de slag met de 5 G’s. We analyseren. We ontdekken. We oefenen.
En langzaam maar zeker zie je de verandering. Het licht gaat weer aan in hun ogen. Ze geloven weer in zichzelf. Ze gaan weer met plezier naar school. De cijfers verbeteren. En het allerbelangrijkste: ze voelen zich weer goed.
Dat is wat ik je puber ook gun. Dat zelfvertrouwen. Die kracht. Die positieve spiraal.
Wil je je puber helpen om uit die negatieve spiraal te komen? Om weer zelfvertrouwen op te bouwen en met plezier te leren?
Download het E-book Goede schoolresultaten door zelfvertrouwen
Hierin vind je nog meer praktische tips en oefeningen om je puber te begeleiden naar succes op school.
Want jouw puber verdient het om te stralen. Om te groeien. Om met vertrouwen de toekomst tegemoet te gaan.
