Motivatieproblemen bij pubers komen vaker voor dan je denkt.
Eerst leg ik je uit wat er in het brein van je puber gebeurt als het gaat om motivatie. Want als je snapt hoe het brein werkt, kun je je kind veel beter begeleiden. Ik deel dit met je omdat ik in mijn praktijk steeds vaker ouders tegenkom die zich zorgen maken. Ze zien hun slimme puber vastlopen, terwijl het allemaal zoveel makkelijker kan.
Je brein is als een soort computer die altijd bezig is om beslissingen te nemen. Als je gemotiveerd bent, komt dat door een deel van je brein dat het beloningssysteem heet. Dit systeem geeft je een goed gevoel (een shotje dopamine) als je iets bereikt of als je ergens enthousiast over bent. Daardoor wil je het vaker doen.
Maar als je niet gemotiveerd bent, kan dat komen doordat je brein geen duidelijke beloning ziet. Bijvoorbeeld: huiswerk maken voelt niet meteen leuk, want je ziet pas veel later (bij een goed cijfer of een diploma) wat het oplevert. Je brein kiest dan eerder voor iets wat nú leuk voelt, zoals gamen of chillen.
En daar begint vaak de frustratie. Jij ziet het belang van school, maar je puber voelt dat niet. Snap je hoe dat komt? Het brein van je puber is nog volop in ontwikkeling. De prefrontale cortex, het deel dat helpt bij plannen en doelen stellen, is nog niet af. Terwijl de amygdala, het emotionele centrum, overactief is. Geen wonder dat je puber liever op social media zit dan aan het huiswerk.
Welke factoren spelen bij jouw puber een rol ten aanzien van motivatie?
Niet elke puber heeft om dezelfde reden motivatieproblemen. Daarom is het belangrijk om te kijken welke factoren bij jouw puber een rol spelen.
Misschien herken je wel een of meerdere situaties. Je puber weet niet waarom hij moet leren of het doel voelt zo ver weg dat het onhaalbaar lijkt. Of er zijn zoveel afleidingen dat concentreren bijna onmogelijk is. En dan hebben we het nog niet eens over vermoeidheid en stress gehad.
Door te begrijpen welke factoren meespelen, kun je gericht aan de slag. Want als je weet waar de schoen wringt, kun je daar iets aan doen.
Het doel is niet duidelijk
Als je puber niet weet waarom hij iets doet, voelt het onbelangrijk. Het brein denkt dan: “Waarom zou ik moeite doen?”
Pubers die leren omdat het moet, niet omdat ze het willen. Ze zien geen duidelijk doel voor zich. Waarom moeten ze Frans leren als ze toch in Nederland blijven wonen? Waarom moeten ze wiskunde snappen als ze later toch iets met kunst willen doen?
Het ontbreekt aan een duidelijk waarom. En dat waarom is cruciaal voor motivatie.
Wat kan je puber anders doen:
Help je puber om doelen te stellen die voor hem of haar betekenisvol zijn. Niet jouw doelen, maar die van je puber. Misschien wil je kind later een eigen bedrijf beginnen. Dan is rekenen ineens wel belangrijk. Of reizen? Dan komen de talen opeens om de hoek kijken.
Maak het concreet. Maak het persoonlijk. Maak het voelbaar.
Als je puber snapt waarom iets belangrijk is, voelt het ineens een stuk minder zwaar. Het brein ziet dan een beloning, een reden om moeite te doen.
Het doel lijkt te groot
Als iets heel moeilijk of groot voelt, kan je brein blokkeren. Je denkt dan: “Dit lukt me nooit, dus waarom proberen?”
Pubers die naar hun agenda kijken en compleet in de stress raken. Drie toetsen volgende week, een werkstuk over twee weken en dan ook nog eens al dat huiswerk. Het voelt als een berg waar ze nooit overheen komen.
Het brein kan niet goed omgaan met grote, vage doelen. Het heeft kleine, haalbare stappen nodig. Maar pubers zien vaak alleen die grote berg. En dan geven ze op voordat ze überhaupt zijn begonnen.
Wat kan je puber anders doen:
Splits grote taken op in kleine, haalbare stappen. In plaats van “leren voor geschiedenis” wordt het “paragraaf 1 doorlezen en samenvatten”. In plaats van “werkstuk maken” wordt het “vandaag bronnen zoeken”.
Elke kleine stap die je puber zet, geeft een klein succesmomentje. En die succesmomenten zorgen voor dat fijne dopamineshotje waar het brein naar hunkert. Ineens voelt leren niet meer als een onmogelijke klus, maar als iets wat stapje voor stapje te doen is.
Afleiding door… ja, door wat eigenlijk?
Je brein vindt dingen die direct leuk zijn, zoals je telefoon, veel interessanter dan saaie taken zoals leren.
De telefoon van je puber is ontworpen om verslavend te zijn. Elke notificatie, elk bericht, elke like zorgt voor een shotje dopamine. Het brein van je puber krijgt constant kleine beloningen, zonder dat er moeite voor gedaan hoeft te worden.
En dan moet je puber gaan leren. Iets wat moeite kost, wat niet meteen leuk voelt en waarvan de beloning pas veel later komt. Geen wonder dat die telefoon zo aantrekkelijk is.
Maar het gaat niet alleen om de telefoon. Ook vrienden, social media, gamen, series kijken… allemaal dingen die direct bevrediging geven. Het brein van je puber kiest daar steeds voor, omdat het nu eenmaal zo werkt.
Wat kan je puber anders doen:
Een rustige leeromgeving helpt je puber om zich beter te concentreren. Leg de telefoon in een andere kamer. Zet notificaties uit. Maak duidelijke afspraken over wanneer er geleerd wordt en wanneer er ontspannen mag worden.
En nee, dat betekent niet dat je puber helemaal geen telefoon meer mag. Het gaat om bewuste keuzes maken. Als je puber weet dat na een half uur leren er tien minuten pauze is, voelt het niet als straf. Het brein krijgt dan alsnog zijn beloning, maar op een moment dat het past.
Structuur en duidelijkheid zijn hierbij belangrijk. Help je puber met het maken van een planning waarin ook ruimte is voor ontspanning.
Vermoeidheid
Als je moe bent, heeft je brein minder energie om ergens moeite voor te doen.
Pubers hebben slaap nodig. Veel slaap zelfs. Hun brein is in ontwikkeling en dat kost energie. Maar wat zie je vaak? Pubers die tot laat op hun telefoon zitten, ‘s ochtends met moeite uit bed komen en vervolgens een hele schooldag moeten doorkomen.
Als je puber moe is, kan het brein niet goed functioneren. Concentratie wordt lastig en informatie opslaan lukt niet goed. En motivatie? Die is helemaal ver te zoeken.
Vermoeidheid is een onderschatte factor als het gaat om motivatieproblemen bij pubers.
Wat kan je puber anders doen:
Zorg voor een vast slaapritme. Ik weet het, makkelijker gezegd dan gedaan bij een puber. Maar het helpt echt. Als je puber elke dag rond dezelfde tijd naar bed gaat en opstaat, krijgt het brein rust.
Beperk schermtijd voor het slapen gaan. Het blauwe licht van telefoons en tablets houdt het brein wakker. Maak afspraken over wanneer de telefoon weggelegd wordt.
En vergeet ook overdag niet om pauzes in te plannen. Het brein heeft rust nodig om informatie te verwerken. Na een uur leren even bewegen, iets drinken of buiten zijn kan wonderen doen.
Stress
Als je gestrest bent, heeft je brein minder energie om ergens moeite voor te doen.
Stress is de stille saboteur van motivatie. Als je puber stress ervaart, gaat het brein in overlevingsmodus. De amygdala neemt het over en de prefrontale cortex schakelt uit. Gevolg? Je puber kan niet meer helder nadenken, plannen of zich concentreren.
En waar komt die stress vandaan? Van de druk op school, van sociale situaties, van het gevoel dat alles perfect moet, van het idee dat iedereen het beter doet. Pubers ervaren vaak veel meer stress dan wij als ouders doorhebben.
Die stress zorgt ervoor dat je puber blokkeert. Het lijkt dan alsof je puber lui is of geen zin heeft, maar vaak zit er iets diepers onder. Je puber wil wel, maar kan niet.
Wat kan je puber anders doen:
Door emoties te begrijpen en te erkennen, help je je puber beter om te gaan met frustratie of stress. Praat met je puber. Niet verwijtend, maar oprecht geïnteresseerd. Wat maakt je puber gestrest? Waar maakt je puber zich zorgen over?
Leer je puber ontspanningstechnieken. Ademhalingsoefeningen kunnen helpen om het brein te kalmeren. Bewegen is ook een geweldige stressbreker. En lachen! Lachen vermindert stress, depressie en bezorgdheid.
Zorg ook dat je puber leert om realistische doelen te stellen. Niet alles hoeft perfect. Een zeven (of zes) is ook prima. Door de druk te verminderen, krijgt het brein weer ruimte om te functioneren.
E-book
Download het e-book Goede schoolresultaten door zelfvertrouwen
Snap je nu beter wat er gebeurt in het brein van je puber als het gaat om motivatie? Het is niet omdat je puber lui is of geen zin heeft. Er gebeurt zoveel in dat hoofd. Het brein is in ontwikkeling, emoties nemen de overhand en de wereld om je puber heen trekt constant aan de aandacht.
Door te begrijpen hoe het brein werkt, kun je je puber beter begeleiden. En dat is precies waar mijn e-book “Goede schoolresultaten door zelfvertrouwen” bij helpt.
In dit e-book leg ik uit hoe zelfvertrouwen de fundering is voor goede schoolresultaten. Want zonder een sterke basis van zelfvertrouwen wordt het lastig om goed te presteren. Zelfvertrouwen geeft leerlingen het geloof dat ze iets kunnen. Het helpt ze uitdagingen aan te gaan, door te zetten bij lastige opdrachten en te leren van fouten.
Download het e-book en ontdek hoe jij je puber kunt helpen om weer met plezier te leren en goede resultaten te behalen. Want dat is toch wat we allemaal willen? Een gemotiveerde, blije puber die met vertrouwen de toekomst tegemoet gaat.
